Wie leert onze leraren?

Geschreven door oud-collega Ike Andersen

Wist je dat tussen de 15 en 26 procent van alle startende docenten na het eerste jaar ervoor kiest om het onderwijs achter zich te laten? Dat is een vijfde van alle docenten! Ik schrok toen ik dit las, met name omdat het onderwijs aan het vergrijzen is. De gemiddelde leeftijd is daar vijftig jaar, waarbij de hoogste leeftijden te vinden zijn in de directielaag. Op het moment dat deze groep de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, ontstaat er in piek in de uitstroom. Vanaf 2022 gaan er dus - ondanks dalende werkgelegenheid - meer mensen uit dan dat er instromen. De grote vraag voor mij is: hoe trekken we deze scheve verhouding recht?

Wetenschap vs. Realiteit

De Rijksuniversiteit van Groningen vergeleek twee groepen startende docenten: één met een gestandaardiseerd inwerkprogramma en één controlegroep. Het inwerkprogramma had vier speerpunten; niet gelijk de moeilijkste klassen, wennen aan de cultuur van de school, professionele ontwikkeling op basis van praktijkervaring en structurele begeleiding binnen het klaslokaal. Na 3 jaar liet de experimentele groep een sterkere verbetering in vaardigheden zien, in combinatie met een lager uitvalpercentage. Een ogenschijnlijk simpele oplossing voor het versoepelen van de instroom van startende docenten. De meeste scholen die ik spreek zeggen echter dat ze hier niet altijd de tijd en ruimte voor hebben. Daar kan ik inkomen, het onderwijs is immers een dynamische omgeving. Maar soms hoor ik ook ‘De startende docent moet het eerst zelf doen’. Dit interpreteer ik als onmacht.

‘Eerst kijken, dan zeiken’

Dus een startend docent moet het eerst zelf doen? Deze mentaliteit komt - naar mijn idee -  vaak voor binnen onderwijs, deels gevoed door het gebrek aan tijd en ruimte. Ik herken hierin de overtuiging van mijn opa: ‘Eerst kijken, dan zeiken’. Hij bedoelde dat je het meest leert door zelf te doen, en alleen in uiterste gevallen om hulp te vragen. Maar als we weten dat het ‘zelf doen’ de uitval van 15 tot 26 procent in de hand werkt, ben ik van mening dat we niet de juiste dingen doen. Zoals ik al eerder schreef ben ik er heilig van overtuigd dat het succes van je eerste werkervaring bepaald wordt door de ontwikkeling die je doormaakt. Niemand wil dat een beginnend werknemer gaat ‘zwemmen’ omdat de boodschap was ‘Ga het maar gewoon doen’. De insteek van iedere school zou moeten zijn dat zij - tijdens het inwerktraject - actief betrokken zijn en bijsturen waar nodig. Met als ultiem doel dat iedere werknemer inzicht heeft en regie neemt in eigen ontwikkeling.

Een beetje lef!

Dus als we tijd en ruimte creëren voor een gedegen inwerktraject, zorgen we dan voor een professionaliseringsslag binnen het onderwijs? Nee, zo simpel ligt het uiteraard niet. Maar het draagt wel bij aan het landen in een organisatie, waarbij docenten voldoende uitgedaagd worden zonder dat ze binnen een jaar uitgeblust zijn. Echter blijkt de praktijk weerbarstig, geremd door beperkte financiële middelen. Tegelijkertijd weten we dat personeelsverloop - zoals die 15 tot 26 procent - een zeer kostbare aangelegenheid is. Wat mij betreft genoeg reden om beginperiode van iedere docent onder de loep te nemen en een meer lerend karakter te geven. Een praktische tip gehoord bij het ID-college in Leidschendam: zet oudere leraren in als co-leraar en laat hen samen het lesmateriaal vormgeven.

Lorem ipsum

Pssst...

Wil je op de hoogte gehouden van vaknieuws binnen jouw sector? En evenementen die we organiseren? Schrijf je dan hier in voor onze nieuwsbrief, zodat we jou relevante informatie kunnen toesturen!