Werkgeluk bij de stille generatie

Als ik zondagmiddag bij mijn opa (82) en oma (79) binnenkom, is mijn oma uitgebreid bezig met het bereiden van het eten, terwijl mijn opa aan tafel de krant uitpluist. Op de achtergrond draait een CD met panfluitmuziek. Bij mijn opa en oma sta ik even stil, het eten is met net wat meer aandacht bereid, de tafel met net wat meer aandacht gedekt en het toetje met zorg uitgezocht. Aan tafel kletsen we over het laatste nieuws, het script van Goede tijden, Slechte Tijden en de ontwikkelingen in de buurt. Mijn oma vindt het jammer dat niet alle buren met dezelfde liefde en zorg hun voortuin verzorgen en dat haar Turkse buurvrouw haar niet verstaat. Maar daar heeft mijn opa iets op gevonden, want met de google-translate app op de Ipad kun je eigenlijk over alles communiceren.

Zoektocht naar geluk
“Nou wat wilde je nou eigenlijk van me weten?” vraagt mijn opa, terwijl hij met een grote glimlach recht tegenover me gaat zitten. “Het is niet echt een interview hoor opa” zeg ik. “Maar ik ben gewoon zo benieuwd hoe u aankijkt tegen werk en met name het thema werkgeluk”. Tijdens mijn werk ben ik veel bezig met de drijfveren van generatie Y en dagelijks ben ik bezig met mijn eigen zoektocht naar werkgeluk. Mijn opa en oma volgen deze stappen op de voet. En niet alleen op facebook. Maar eigenlijk heb ik nooit echt gevraagd hoe zij daar tegenaan kijken. Wat vinden zij eigenlijk van die zoektocht naar werkgeluk en van een organisatie waarin authenticiteit en ontwikkeling kernwaarden zijn. Mijn oma stopte met werken toen mijn opa en oma trouwden en mijn opa heeft 38 jaar met veel trots en loyaliteit bij hetzelfde bedrijf gewerkt. “Weet je wat het is, wij waren blij dat we een baan hadden. Mijn eerste salaris leverde ik in bij mijn moeder en daar hield ik zelf niet veel van over. Dat was toen gewoon zo. Het was fijn om leuke collega’s om je heen te hebben en verder deed je gewoon wat je plicht was”.

Iets te authentiek?
Er volgt nog een lang gesprek, waarin mijn opa aangeeft dat hij denkt dat wij misschien wel iets te authentiek zijn tegenwoordig. Conformeren staat bij de generatie van mijn opa en oma duidelijk hoger in het vaandel. Tegen je baas ga je niet in en instructies volg je gewoon op. Maar als mijn opa naar zijn eigen kleinkinderen kijkt beseft hij wel dat ze wat mondiger zijn dan hij vroeger was, en dat vindt hij eigenlijk wel een goede vooruitgang. “En als u naar mij kijkt, vraag ik: wat zou u dan willen meegeven? Ik vind het prachtig wat je allemaal doet, maar je wilt altijd maar meer. Soms kun je misschien meer tevreden zijn met wat je hebt en beseffen dat het soms ook goed genoeg is. Dat betekent namelijk niet dat je niet ambitieus bent. En hoe zit het met geluk? “Tja...” zegt mijn opa: “Wij dachten eigenlijk niet zo na over geluk, we waren het gewoon”.

De gewonigheid van het leven
De volgende ochtend open ik linkedin en valt mijn oog op een artikel, waarin psychiater Dirk de Wachter betoogt dat de jacht op geluk een existentiële vergissing is. De ervaring van geluk, zit hem in het ervaren van kleine dingen. In het content zijn met de “gewonigheid van het leven”. En dat wisten mijn opa en oma waarschijnlijk al lang.