Liever lol dan een goed salaris

Jongeren hebben liever lol dan een goed salaris, dat kopte het Parool onlangs. Dit is geheel tegenstrijdig met de babyboomers die een goede auto en promoties belangrijk vinden en tegenwoordig fietsen op een elektrische fiets (heb je de oudejaarsconference van Claudia de Breij gezien?). Maar als jongeren gaan voor lol, wat is dat dan?

Onderzoeker Ondrej Palicka schrijft dat ‘de generatie Y’ers (geboren tussen 1980-2000)’ bij saai werk en suffe collega’s snel weer vertrekken en dat dat vette salaris geen reden voor hen is om te blijven. Wij willen uitdagende projecten en houden niet van ​éé​n type werk. Is het dan ook niet heel logisch dat bedrijven met veel dynamiek en projectmatig werk (in 2016 o.a. Google, Heineken) veel beter jong talent aan zich weten te binden dan organisaties die volgens vaste processen werken? Wat betekent dit voor de toekomst van deze ‘ouderwetse’ organisaties?

Gelukkig zie ik ook in de zorg dat een dynamische manier van werken steeds normaler wordt. We leven en werken - onder andere door de ICT-ontwikkelingen - in een nieuwe werkelijkheid die vraagt om flexibele, wendbare organisaties. Toen de wereld nog min of meer voorspelbaar was, hadden organisaties tijd om werkprocessen in te richten en hierbij zorgvuldig mensen te werven. Anno 2017 verdwijnen en ontstaan banen ieder moment van de dag, dit betekent dat de lange termijn plannen over FTE's plaatsmaken voor persoonlijke ontwikkelplannen. Zo ook, in de zorg.

Door de opkomst van generatie Y en veranderende organisaties zijn thema’s als werkenergie en werkgeluk belangrijker geworden. Hoe zorg je ervoor dat werknemers intrinsiek gemotiveerd zijn door het werken vanuit hun kracht? Want als je werkt vanuit je eigen talent, dan heb je het vermogen om verder te kijken dan functies en zodoende sluit je veel beter aan bij de ontwikkelingen van de huidige tijd.  Maar enkel focus op energie en geluk is ook niet zaligmakend. Want af en toe moet ook ‘het vuilnis’ worden buiten gezet. Niet leuk, maar het moet gedaan worden. Ik ben benieuwd, als deze ontwikkelingen blijven doorgaan, waar we dan uitkomen? Waar ligt de grens van werkgeluk en wat is de verhouding tussen werk en privé over 20 jaar?