Kansenongelijkheid in het onderwijs? Starters!

Kansenongelijkheid in het Nederlandse voortgezet onderwijs is geen nieuw onderwerp. Al jaren zijn verschillende instanties op zoek naar de oorzaken van dit probleem. Paul Rosenmöller wijst het “denken in niveaus” aan als een ‘weeffout’ in het onderwijs. Een andere veelgenoemde oorzaak, “is dat er minder tijd en geld is voor de extra begeleiding van leerlingen, terwijl er door de wet Passend Onderwijs juist meer leerlingen in het regulier onderwijs zijn die die extra begeleiding nodig hebben.” Ouders die het kunnen betalen, vangen dit op door voor hun kinderen externe hulp te kopen. Maar schaduwonderwijs is niet voor elke ouder een optie. Het organiseren van een project op en door de school zelf lost dit probleem wél op. En - mooie bijkomstigheid - een kortdurend project zoals een lenteschool is een mooie start voor gemotiveerd (veelal onbevoegd) onderwijstalent!

Een praktische oplossing
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft 2,4 miljoen beschikbaar gesteld om kansenongelijkheid in het onderwijs te bestrijden, bovenop de 9 miljoen die jaarlijks wordt verstrekt aan scholen om zittenblijven tegen te gaan. Aangezien we in het nieuwe Regeerakkoord lezen dat het bestrijden van kansenongelijkheid een van de voornaamste ambities is van het nieuwe kabinet, is het logisch dat deze bedragen eerder stijgen dan dalen in de komende jaren. Met dit geld kan een school bijvoorbeeld een lenteschool optuigen: een initiatief waarbij het schaduwonderwijs onderdeel is van de school zelf. Ouders hoeven niet mee te betalen en zo krijgt iedere leerling die behoefte heeft aan extra ondersteuning de kans om mee te doen.

En de uitvoering?
Mooi concept, zo’n project. Maar wat vraagt het van de school? In de praktijk blijkt dat de organisatie van zo’n project aardig wat voeten in aarde heeft. De hele organisatie terzijde, is het bijvoorbeeld de vraag waar je in hemelsnaam de trainers vandaan haalt die in hun vakanties leerlingen verder willen helpen - vakanties zijn immers (terecht) heilig en veel werknemers zijn al overwerkt. Waar haal je geschikte trainers vandaan?

Een kans voor startende docenten
De afgelopen jaren hebben we bij Studelta niet alleen lentescholen, maar ook examen- en zomerschooltrainingen verzorgd. En wat blijkt? Zo’n project biedt niet alleen gelijke kansen voor leerlingen die iets anders nodig hebben van hun omgeving om te groeien, maar is ook een perfecte kans voor starters om kennis te maken met het onderwijs. Jaarlijks spreek ik tientallen starters die ontzettend gemotiveerd zijn om te beginnen in het onderwijs, maar simpelweg niet weten hoe ze voor de klas komen te staan. Of starters die nog willen ontdekken of het onderwijs bij ze past, voor ze kiezen om een lerarenopleiding te gaan doen.

Wat mijn werk het leukst maakt?
Om aan het einde van zo’n lenteschool te zien dat de leerlingen positief verrast naar huis gaan (“het was toch niet zo stom!”) en tegelijkertijd dat er trainers zijn die vol voor het onderwijs gaan. Ook het lerarentekort wordt op deze manier bestreden. Deze startende docenten hadden zonder een dergelijk project geen ervaring op kunnen doen in het onderwijs en bovendien had jouw school ze anders niet leren kennen. Het gebeurt trouwens ook dat er trainers zijn die het nooit meer willen doen, maar dat is helemaal oké. Zo komen alleen de toppers met onderwijsambities voor de klas en dat is wat we willen!