Het organiseren van een lenteschool: vijf gouden tips

Om het zittenblijven van leerlingen te voorkomen, stelt de VO-raad ook dit jaar weer subsidie beschikbaar voor middelbare scholen. Wat fijn! Alleen… wat doe je met dat geld? Een van de opties is het organiseren van een lenteschool. Daar komt aardig wat organisatie bij kijken, om van jouw project een succes te maken geven we je hierbij handige tips! Wil je meer informatie ontvangen? Lees dan ook onze whitepaper.

1. Samenwerking tussen externe partij en school
Werk je samen met een externe partij? Het is fijn wanneer de lijnen kort zijn tussen jouw school en de andere organisatie. Wanneer er dan iets onvoorziens gebeurt kunnen jullie snel schakelen. Als je zo vroeg mogelijk in het proces het doel van de lenteschool heel helder formuleert kun je beter op situaties inspelen. Betrek hier de externe partij bij en stel jezelf de vraag: wat verwacht je van hen? Zo kun je een taakverdeling maken waar jullie je beiden in kunnen vinden.

2. Draagvlak van vakdocenten
De docenten van jouw school leveren een bijdrage aan het project. Dit gebeurt vaak in de vorm van een toets en ze geven input tijdens een overdracht voor de trainers. Deze input vormt een belangrijke basis voor de lessen van de trainer. De overdracht naar de trainers kan eenvoudig zijn, een kort telefoongesprek kan er al voor zorgen dat de trainer weet waar zijn leerlingen staan. Ben je bang dat de docenten geen zin hebben om mee te werken? Om dit te voorkomen betrek je ze al vroeg in het organisatorische proces. Vraag ze om input over de lenteschool en maak helder wat het hen en de leerlingen gaat opleveren.

3. Creëer eerlijke en heldere verwachtingen
Duidelijk afstemmen wat er verwacht wordt van de trainers is cruciaal, zowel bij onbevoegde en onervaren starters, als bij doorgewinterde docenten. Het werkt prettig en eventuele onrust kan voorkomen worden als de trainers op de hoogte zijn van;

  • De praktische zaken: hoe lang duurt de lenteschool, wat zijn de tijden, wanneer is de pauze, wat is mijn lokaal, etc.

  • De regels van de school: geen telefoons in de klas, niet het schoolplein af, etc.

  • Welke lesstof wordt behandeld in de vervangende toets, zodat ze hun lessen op basis hiervan kunnen invullen.


4. Positieve sfeer en groepsdynamiek
“Het was veel minder erg dan we hadden gedacht” en “de lenteschool was eigenlijk best leuk” hebben onze trainers vaak gehoord van leerlingen aan het einde van het project. Dit is een groot verschil met de gedachte vooraf dat het ‘vet stom’ is om in je vakantie op school te zitten. Ons advies om een positieve sfeer neer te zetten:

  • Begeleiding door jonge trainers, zij staan vaak dichtbij de belevingswereld van de leerlingen.

  • Kleine groepen; er is dan meer ruimte voor persoonlijke begeleiding.

  • Het inbouwen van activiteiten: door activiteiten zoals voetbal, yoga, muziek luisteren etc. zorgt ervoor dat het voor leerlingen minder erg is om op school te zijn.

5. Durf keuzes te maken
De mogelijkheden voor het invullen van een lenteschool zijn eindeloos: hoeveel vakken bied je aan, is er wel/geen toets aan het eind van de week, is het project in de meivakantie of in de zaterdagen voor en na de meivakantie…. Elke leerling heeft waarschijnlijk een andere voorkeur. Het is goed om naar de leerlingen te luisteren bij de organisatie van een lenteschool, maar zorg er wel voor dat het project haalbaar is. Durf keuzes te maken!