Het oplichterssyndroom

Geschreven door: Marieke van Leijden

Als pionier kom je, soms vers van je opleiding, in een organisatie om “de boel eens flink op te schudden”. Je bent al die sollicitatierondes doorgekomen, dus ze hebben vast je potentie gezien, maar nu komt het spannende moment: je moet al die verwachtingen nog ‘even’ waarmaken. En dan slaat de twijfel toe. Wat als je toch niet zo slim, innovatief en zelfverzekerd bent als je lijkt? Wat als ze opeens inzien dat het grotendeels een act is? Wat als straks iedereen erachter komt dat je successen tot nu toe vooral een kwestie van geluk waren en dat je eigenlijk niet goed genoeg bent?

Je bent niet de enige die wel eens met deze gedachten te maken krijgt. Die zelftwijfel en angst om “door de mand te vallen” is ontzettend normaal. Het heeft vele namen, zoals het oplichterssyndroom, het imposter syndrome of het bedriegersfenomeen. Mensen met het oplichterssyndroom schrijven hun successen vaak toe aan factoren van buitenaf, zoals timing en geluk. Er ontstaat vervolgens een angst dat andere mensen erachter komen dat je de boel bedriegt en dat je wordt “ontmaskerd”. Het is vaak geen reële angst; onderzoek toont aan dat mensen met het oplichterssyndroom net zo goed presteren als hun collega’s. Toch brengt het een risico met zich mee, het kan de kans op burn-out en andere mentale problemen verhogen. Het goede nieuws: er is iets aan te doen!

Tip #1: Neem die gedachten met een korrel zout
Oké, de gedachte popt op dat je een bedrieger bent. Maar waarom zou dat waar zijn? Je hebt zoveel gedachten op een dag, je hoeft ze niet allemaal te geloven. Door mindfulness-technieken toe te passen, kun je meer afstand nemen van je gedachten. En als je inziet dat gedachten gewoon maar gedachten zijn en niet op de letter gevolgd hoeven worden, ontstaat er een hoop meer ademruimte. Kortom: neem al die negatieve gedachten die voorbij komen niet al te serieus.

Tip #2: Sta stil bij je successen
Het is makkelijk om te focussen op wat niet goed gaat en je successen uit het oog te verliezen. Als je dan een compliment krijgt, wuif je hem weg. Door bijvoorbeeld elke dag drie dringen op te schrijven die je goed hebt gedaan, train je jezelf om bewuster te zijn van je successen. En als je dan weer een compliment krijgt, is het veel fijner om hem gewoon in ontvangst nemen.

Tip #3: Krop het niet op
Het lastige aan het oplichterssyndroom is dat het vaak samengaat met een gevoel van schaamte. Maar zoals Brené Brown in haar boek “De Kracht van Kwetsbaarheid” vertelt: “Schaamte heeft er een hekel aan om in woorden te worden gevangen. Zodra we onze schaamtegevoelens uitspreken, beginnen ze te verschrompelen.” Praat er dus eens over met vrienden of collega’s. Door open te zijn over je zelftwijfel en te ontdekken dat je hier niet alleen in staat, ben je al een heel eind op weg om los te komen van het oplichterssyndroom.

Kortom, herken je jezelf hierin? Je bent niet de enige! Natuurlijk zijn we benieuwd of de tips helpen :) En misschien heb jij nog meer andere tips waar we ook over moeten schrijven! Je kunt jouw idee altijd mailen naar redactie@studelta.nl.