De vernieuwingsimpuls van Generatie Y

Auteur: Aart Bontekoning

Tot na 2030 neemt de vergrijzing in Nederland fors toe. Dit geldt voor veel sectoren. In ieder geval voor het onderwijs, de industrie, de zorg, de bouw, de energiesector, de zakelijke dienstverlening en bij de lokale en rijksoverheden. De vergrijzing vergroot de kans dat jonge generaties met hun natuurlijke vernieuwingsdrang vastlopen in ingesleten verouderde routines waar de oudste generaties in lijken “gevangen”. Hierdoor lopen veel bedrijfsculturen een ongewenst verouderingsrisico.

Organisatiecultuur scan
De afgelopen 3 jaar maakte ik 28 maal een scan van de organisatiecultuur met een groep van 9 junioren van generatie Y (1985-2000) in diverse organisaties, waaronder banken, ingenieursbureaus, de politie, de belastingdienst, grote adviesbureaus, ziekenhuizen en de ouderenzorg. De groepen maakten een top 5 van wat de meeste werkenergie opwekt en wat werkenergie wegneemt. Dat doet zo’n groep automatisch op een generatie kenmerkende manier. Alles werd op video opgenomen en geanalyseerd. Dat leverde een aantal bevindingen op. De drie belangrijkste vat ik samen.

Haarscherpe scan

1)
De jongste werkende generatie is heel goed in staat om razendsnel en haarscherp een scan te maken van de bestaande cultuur. De generatie Y staat dicht bij zichzelf en komt nieuw organisaties binnen waardoor ze nog waardenvrij kunnen kijken naar wat er gebeurt. Deze scan geeft heel precies aan wat de verouderde routines zijn of met andere woorden wat er ge-update moet worden. In de meeste organisaties gaat het om: a. top down veranderen; b. traag vergaderen en besluiten; c. bureaucratische controle mechanismen.

De jongste werkende generatie is heel gevoelig voor verouderde routines, die nemen direct werkenergie weg. Die scannen ze al na enkele weken. Dat doet geen enkele onderzoeks- of adviesbureau ze na. Die kwaliteit van junioren zien heel veel bedrijven over het hoofd.

Vernieuwen

2) De jongste generatie reageert op verouderde trekken in de cultuur van ‘hun’ organisatie met een soort van natuurlijke vernieuwingsimpulsen. Vaak voelen ze zich comfortabel genoeg om aan te geven wat ze niet logisch of verouderd vinden. Je zou kunnen zeggen dat de jongste werkende generatie de nieuwste updates voor de bestaande cultuur in zich draagt. Dat updaten lukt alleen wanneer de oudere generaties, die de bestaande cultuur bouwden, daar voor open gaan staan en Y bij het updaten actief ondersteunen. Niet alleen omdat dit goed is voor deze junioren, die blijven er fris en energiek bij. Maar ook omdat de ervaren generaties daar zelf veel baat bij hebben: het vergroot de overlevingskans van hun organisatie, afdeling of team aanmerkelijk. Die updates wekken ook werkenergie op bij de oudere generaties. Veel senioren zeggen dat ze graag samenwerken met jongeren omdat het hen fris en vitaal houdt.

De richting van het updaten is in de meeste organisaties:

  • professionals geven hun eigen werk en werkomgeving zelf vorm en veranderen deze ook zelf, met steun van directe collega’s en hun managers;
  • een organisatie wordt een soort tweede thuis, waarin open en direct wordt gecommuniceerd en persoonlijk contact en feedback heel belangrijk is;
  • er wordt flexibel gewerkt, het gaat vooral om het met de juiste mensen met de benodigde expertise overleg hebben en een klus klaren, daarna de volgende klus samen met weer andere experts.

Doe zoals thuis

3) Gemiddeld hebben de Y junioren ouders van de generatie X (1955-1970). Die generatie zit in de leiderschapsfase, dat wil zeggen dat zij in de meeste organisaties de grootste invloed hebben op de cultuur. De meeste X-ouders doen het thuis heel goed; Nederlandse kinderen behoren tot de gelukkigste van de wereld, niet omdat ze worden verwend (!), maar omdat de kwaliteit van het opvoeden hoog is. Thuis werken ze heel eigentijds samen met hun kinderen: coachend, gelijkwaardig, open, met persoonlijke aandacht en een positieve instelling. Op het werk zijn veel van deze ouders wat hiërarchisch, gesloten, formeel en afstandelijk. Gesprekken met groepen X’ers leren dat zij onderweg naar het werk een knop omzetten en zich aanpassen aan de stijl van de vorige generatie. Je kunt ook zeggen dat ze een gedateerde manier van leiden en samenwerken hanteren, die wel paste bij de vorige eeuw, maar niet bij de huidige. Namens Y roep ik deze X’ers op om op het werk vooral net zo samen te werken en te communiceren met Y als thuis. Dan ontstaat er meer verbinding en oprechte communicatie. Dat wekt bij Y werkenergie op. De Y junioren kunnen dat overigens ook zelf wat meer uitlokken, door op het werk net zo te doen als thuis.

Aart Bontekoning is organisatiepsycholoog en generatie-expert. Hij promoveerde in 2007 op ‘generaties in organisaties’. In zijn laatste boek ‘Nieuwe generaties in vergrijzende organisaties’ (2014; www.managementboek.nl). beschrijft hij wat alle generaties kunnen doen om zelf vitaal te blijven en de eigen organisatie bij de tijd te houden. Voor meer informatie verwijzen wij jullie door Generatiewerk, onze partner.