De eerste ervaringen van een startend docent

Geschreven door: Manisha Biekram

Vanaf het moment dat ik bij mijn nieuwe werkplek - het Mundus college in Amsterdam - binnenstap besef ik mij: dit wordt de komende tijd mijn plekje. Ik werk hier als vakoverstijgend docent: bij ziekte of uitval vang ik de lessen op. Het is een kleurrijke school met een hoge diversiteit op allerlei vlakken. Qua culturele achtergrond, normen en waarden, maar ook beheersing van de Nederlandse taal zijn er veel verschillen. Persoonlijk contact maken met de leerlingen gaat mij makkelijk af, maar tegelijkertijd kunnen zij het niet laten om mij uit te testen. Maar dat is ook niet raar.

Een flinke uitdaging!
Want ik ben immers de nieuwe, jonge, leergierige docent. Ik wil aan de slag, ik wil vernieuwen, ik wil van alles proberen! En dat valt op. Vaak weet ik de leerlingen goed te prikkelen in mijn lessen, maar soms is dit ook moeilijk. Zeker als zij liever lesuitval hebben, in plaats van een vervangend docent. Mijn activerende lesmethodes werken dan nauwelijks. De leerlingen testen mij, kijken waar mijn grenzen liggen. Ze vertonen gedrag dat ze anders niet zouden vertonen, vragen extra veel aandacht of werken minder hard. Dit betekent dat ik – zo nu en dan - voor een flinke uitdaging sta..

De juiste ondersteuning
Ik wil alles uit mezelf halen om de lessen zo leerzaam mogelijk te maken, maar ik wil óók een leuke docent zijn. Dit vraagt om een balans tussen pedagogiek en didactiek. Gelukkig word ik hierin goed ondersteund door collega’s, hun praktische tips pas ik vervolgens direct toe in mijn lessen. Ook de trainingsavonden bij Studelta sluiten goed aan op mijn leerbehoeften, zo leer ik dat er vaak meer achter zit wanneer een leerling iets saai vindt. De coaches geven mij inzicht in wat ik kan doen wanneer ik weer in dergelijke situaties terecht kom.

Hé juf!
Ook merk ik dat de band die ik met iedere leerling opbouw mijn grootste drijfveer is. Ik leer hen echt kennen, maar zij mij ook! Als ik aan het einde van een zware dag besluit te gaan sporten en één van mijn leerlingen tegenkom, dan word ik uitbundig begroet. Ze willen oprecht weten hoe het met mij gaat en hoe mijn werkdag was. Dan besef ik mij weer: alle moeite die ik doe is het dubbel en dwars waard.