Logische rol voor zorgverzekeraars bij concentratie van ziekenhuiszorg
Deze column is geschreven door Bas Leerink (lid Raad van Bestuur Menzis) voor STG/HMF en gepubliceerd op FD.nl. Met deze samenwerking wil Studelta de dialoog tussen bestuurders en jong talent over de gezondheidszorg bevorderen. Lees hier elke week een nieuwe editie van deze dialoog.
![]()
Lees hier de reactie van Studelta-talent Marije Bruggink
Er is veel discussie over de concentratie en spreiding van ziekenhuiszorg. Bepalen ziekenhuizen zelf welke zorg waar nog wordt geboden? Of hebben zorgverzekeraars hierin een rol? Wij vinden dat keuzes in concentratie gemaakt moeten worden op basis van kwaliteit. Het ziekenhuis dat een behandeling het beste doet, en voor een passende prijs, moet die behandeling blijven doen. Bij kwaliteit gaat het om medische uitkomsten - zoals genezingspercentage, sterftecijfer en complicaties – maar ook om patiëntgerichtheid, wachttijden, doorlooptijden en informatievoorziening. Zorgverzekeraars hebben veel kennis en vergelijkende informatie over kwaliteit en prijs. Daarnaast weten wij welke behoeften en wensen onze klanten hebben. Daarom is het logisch dat zorgverzekeraars een rol spelen bij het bepalen welk ziekenhuis welke behandeling het beste doet. En welk ziekenhuis een behandeling dus kan blijven bieden.
Dit doen we aan de hand van een regioplan waarin staat welke voorzieningen we waar overeind moeten houden, en ook welke functies bij elkaar moeten blijven. Dit regioplan bespreken we met ziekenhuizen en op basis daarvan gaan we selectief inkopen. Concreet betekent dit voor ons dat we in 2012 vier behandelingen niet meer overal inkopen. Waar patiënten vroeger keuze hadden uit zes of zeven ziekenhuizen voor deze behandelingen, zijn dat er volgend jaar nog vier of vijf in hun regio. Voor 2013 gaan we het aantal behandelingen verder uitbreiden. Selectief inkopen betekent overigens ook dat we behandelingen die eigenlijk thuishoren bij de huisarts, niet meer inkopen bij ziekenhuizen. Wat bij de huisarts kan, moet daar ook gebeuren. Want, waar mensen soms wat verder moeten reizen voor ziekenhuiszorg, moet goede geïntegreerde eerstelijnszorg voor iedereen om de hoek beschikbaar blijven.
Het is belangrijk dat we de concentratie op deze manier aanpakken om ook daadwerkelijk te bereiken wat we ermee willen. Voor hoogcomplexe, laagvolume behandelingen is concentratie beter voor de kwaliteit en overleving. Deze behandelingen zijn heel ingewikkeld en komen niet vaak voor, denk aan slokdarmkanker. Als een arts ze vaker uitvoert, wordt de kwaliteit beter. Voor andere behandelingen helpt concentratie om de zorg betaalbaar te houden. Ziekenhuizen kiezen voor de behandelingen waarin ze goed zijn en krijgen daarvoor meer patiënten. Ze worden er sneller en beter in, en de kosten gaan omlaag.
Het is voor ziekenhuizen vaak ingewikkeld om de concentratie onderling te regelen. Zo zijn deskundigen het erover eens dat de kwaliteit van kinderoncologie omhoog gaat als deze zorg wordt geconcentreerd. Toch gebeurt het niet omdat de academische ziekenhuizen het niet eens worden over een locatie. Bovendien, als ziekenhuizen de concentratie van zorg zelfstandig oppakken bestaat het risico dat dokters in een regio samen één grote maatschap vormen en er een monopolie ontstaat.
Zorgverzekeraars zijn belangenbehartigers van hun klanten in de zorg. Onze klanten hebben een zeer belangrijke stem in onze selectieve zorginkoop. Bijvoorbeeld de reisafstanden en het overblijven van keuzemogelijkheden zijn voor veel klanten belangrijk. Wij kunnen het ons niet veroorloven om veranderingen door te voeren die we niet kunnen uitleggen aan onze klanten. Kortom, betrokkenheid van zorgverzekeraars helpt om op een verantwoorde en klantgerichte wijze vorm te geven aan concentratie van ziekenhuiszorg.
Bas Leerink is lid Raad van Bestuur Menzis en deelnemer in het bestuurdersnetwerk STG/Health Management Forum.
Column geleverd door STG/HMF. STG/HMF ondersteunt de deelnemers van haar netwerk en andere partijen in de zorg bij visie- en strategieontwikkeling op verschillende beleidsniveaus en bij het gezamenlijk verkennen van nieuwe trends in de gezondheidszorg.


