Henk en Ingrid
Deze column is geschreven door Rien Meijerink (voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg) voor STG/HMF en gepubliceerd op FD.nl. Met deze samenwerking wil Studelta de dialoog tussen bestuurders en jong talent over de gezondheidszorg bevorderen. Lees hier elke week een nieuwe editie van deze dialoog.
Lees de reactie van Studelta-talent Zacharias Talhaoui
Plotseling is er weer aandacht voor gezond gedrag. Meerdere aanleidingen: de introductie van een vettaks in Denemarken en de jaarlijkse stijging van de zorgpremies natuurlijk.
En ook de recente enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de bereidheid zorgpremie te betalen ten behoeve van ongezond levende medeburgers. Die bereidheid neemt namelijk sterk af. Je hoefde geen profeet te zijn om die afname te voorspellen. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) deed dat in de afgelopen jaren herhaaldelijk.
Combinatie van ontwikkelingen
Het gaat om de combinatie van twee ontwikkelingen. Het wordt wetenschappelijk en ook in de publiciteit steeds duidelijker dat er krachtige verbanden zijn tussen ongezond gedrag (roken, vet eten, drinken en weinig bewegen) en allerlei ziektes (niet alleen de welvaartsziektes zoals diabetes, obesitas, hart- en vaakziektes en cara, maar ook veel uiteenlopende vormen van kanker). Ook Henk en Ingrid weten dit inmiddels.
Daarbij nemen de zorguitgaven voortdurend en fors toe, tot uitdrukking komend in premiestijging en hogere eigen bijdragen en risico. Dus mensen betalen steeds meer, waardoor de solidariteit met een rokende en drinkende medeburger onder druk komt.
Solidariteit
Ons stelsel is juist gebaseerd op solidariteit: gezond betaald voor ziek, rijk voor arm en jong voor oud. Bovendien hebben we allemaal recht op dezelfde basiszorg. Hoe houd je de solidariteit overeind? En vooral: hoe doe je dat in de geschetste ontwikkelingen: duidelijke invloed van ongezond gedrag en stijgende zorguitgaven?
Een voor de hand liggende mogelijkheid is het terugdringen van ongezond gedrag. Dat mes snijdt aan meer kanten. Veel adviezen van de RVZ zijn daarop gericht: bevordering van preventie, meer publieke verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars, belonen van gezondheidswinst, financiële prikkels van gezond gedrag, zoals de vettaks en polisvoordelen voor gezond levende verzekerden. Dergelijke instrumenten zijn dus juist bedoeld om de solidariteit overeind te houden. De gezond levende Henk en Ingrid willen dat graag in hun portemonnee voelen, waardoor hun problemen met rokende en drinkende medeburgers beperkt worden.
Lagere milieus
Financiële prikkels hebben echter de schijn tegen. Ongezond gedrag komt relatief veel voor in lagere sociale milieus. De bestrijding van bijvoorbeeld vet eten ‘bedreigt’ dus vooral de mensen die minder te besteden hebben. Dat verklaart de heftige reacties op voorstellen in deze richting. Vormt dit voldoende reden om instrumenten van gedragsbeïnvloeding terzijde te schuiven? Ik denk het niet. De houdbaarheid van ons stelsel van gezondheidszorg is in het geding. Met het gaande beleid redden we het op termijn zeker niet. We moeten van zz naar gg; van zorg en ziekte naar gedrag en gezondheid.


