
Wie: Joris Booman
Waar: CuraMare, Goeree-Overflakkee
Nieuwe generatie kwaliteitssystemen in de zorg
Een voorbeeld uit de praktijk
Bij veel organisaties heerst een trend: van het statige van de vorige eeuw naar het menselijke van deze eeuw. Dit is goed vergelijkbaar met de trend die zich momenteel afspeelt in de kwaliteitszorg binnen zorginstellingen. Zo ook bij CuraMare. Diederik van Putten en Joris Booman, twee van de hoofdrolspelers in de kwaliteitszorg, vertellen.
ZORGsaam wordt CuraMare
CuraMare is vanaf 2 juli 2009 de nieuwe naam van ZORGsaam. ZORGsaam was vanaf 2004 de titel van het samenwerkingsverband tussen het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis en verpleeg- en verzorgingshuizen op de locaties op Goeree-Overflakkee. Joris werkt sinds 1 februari 2009 fulltime bij CuraMare als projectmedewerker Kwaliteit. Momenteel legt hij de laatste hand aan zijn scriptie voor de master ‘Management of Change’. Eén van zijn directe leidinggevenden is Diederik van Putten, kwaliteitsfunctionaris.
Nieuw systeem voor kwaliteit: PREZO
CuraMare heeft binnen verpleging en verzorging altijd gewerkt volgens de HKZ–methodiek (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector), een tool waarmee kwaliteit in verschillende sectoren op dezelfde manier beoordeeld wordt. Toen Joris de organisatie kwam versterken, waren er al plannen om dat systeem om te zetten naar PREZO. Joris: ,,PREZO is specifiek ontwikkeld voor verpleging en verzorging waarin richtlijnen worden gegeven over wat een medewerker kan doen in bepaalde situaties. Dit in tegenstelling tot HKZ wat ‘topdown’ in elkaar zit en waarbij men minder aandacht heeft voor de rol van de medewerker.” Diederik vervolgt: ,,Met PREZO bereik je veel meer de intrinsieke motivatie van de medewerker om met het systeem te werken, het staat namelijk veel dichter bij de werkelijkheid.”
Introductie PREZO via Zorgleefplan
Joris kreeg de opdracht om een manier te vinden om PREZO te introduceren en implementeren in de organisatie. ,,Het was een brede opdracht waarin ik me de eerste maanden voornamelijk heb beziggehouden met inlezen in documenten en onderzoek doen. We hebben goed moeten zoeken en puzzelen voor we een concrete oplossing vonden. Gaandeweg hebben we daarom steeds de doelstellingen moeten bijschaven en aanpassen. Pas nu neemt het implementatietraject duidelijke vormen aan.” Joris vertelt dat er recentelijk is besloten om PREZO te introduceren aan de hand van het Zorgleefplan. Als een cliënt zich aanmeldt met een zorgvraag, is de zorginstelling verplicht een Zorgleefplan (en soms ook een behandelplan) voor de cliënt te maken. Dit plan bevat informatie op de terreinen lichamelijk en mentaal welbevinden, woon- en leefomgeving en participatie. Diederik: ,,Het mes snijdt aan twee kanten. PREZO speelt in op de normen Verantwoorde Zorg en het Zorgleefplan heeft deze normen ook als basis. Organisaties dienen op de een of andere manier hun prestaties te verantwoorden en daar springt het model direct op in. Het Zorgleefplan werkt vraaggericht en staat heel dicht bij de dagelijkse praktijk, dus door dit als uitgangspunt te gebruiken, sla je twee vliegen in één klap.”
Grote klus
Joris is momenteel projectleider van de projectgroep. ,,We zijn nu op een praktische manier aan het kijken naar het Zorgleefplan, de invulling en de introductie daarvan.” Joris geeft aan dat het een hele klus is om dit hele traject uitvoerbaar te krijgen. ,,We hebben besloten dat we aan het einde van het jaar een goed werkend kwaliteitssysteem hebben, althans op papier. In 2010 zal de invulling en overzetting van het PREZO systeem plaatsvinden.”
Nog niemand om bij af te kijken
PREZO is een nieuw systeem dat begin 2008 is geïntroduceerd. Daarom is het voor een deel een kwestie van aftasten, ook omdat er nog niet veel organisaties zijn die PREZO in zijn totaliteit geïmplementeerd hebben. ,,We kunnen nog niet heel veel ‘afkijken’ bij andere organisaties. Dit is heel spannend en maakt het voor mij ook juist heel interessant.”
Geleid door uitkomsten
PREZO wordt geleid door uitkomsten. Deze uitkomsten zijn afkomstig uit cliëntwaarderingsonderzoeken, de Consumer Quality Index (CQ-index) en de zorginhoudelijke meting, op basis van de zorginhoudelijke normen. Beide gegevenssets gaan naar een landelijke database die tezamen een vijfsterren meting vormen. Jaarlijks worden deze gegevens ten gevolge van Zichtbare Zorg op kiesbeter.nl gepubliceerd. Als blijkt dat de indicatorenuitkomsten voldoen, kan een organisatie de certificeringcyclus ingaan. Diederik geeft aan dat CuraMare als doel heeft om in het voorjaar, met een uitloop tot medio 2010 deze cyclus te gaan doorlopen.
Verlenging van contract
Diederik: ,,Ik ben heel blij dat Joris is gekomen. Dit traject is groot en vraagt veel aandacht wat ik, tezamen met mijn andere activiteiten binnen CuraMare, niet alleen in de praktijk kan klaarspelen. Joris pakt een ontzettend groot stuk op en dit verloopt erg goed.” Oorspronkelijk zou Joris een afgebakende tijdsperiode in dit project aan het werk gaan. Inmiddels is deze periode al overschreden en zou Diederik graag zien dat Joris het verdere traject gaat begeleiden.
Elk nadeel heeft z’n voordeel
,,Ik heb erg veel geleerd hier,” vertelt Joris. ,,Relatief snel heb ik kunnen bekijken dat er iets moest gebeuren en me thuisgemaakt in de inhoud van de zorg. Hieruit is naar boven gekomen dat ik met alle aspecten binnen de organisatie iets te maken heb. Dat maakt het heel afwisselend en bevredigend. Het heeft een tijd geduurd voor we een oplossing vonden. De documenten die ik daarvoor moest doornemen waren niet allemaal even interessant, maar nu weet ik wel precies waar we aan toe zijn. Wat dat betreft heeft elk nadeel, z’n voordeel.” Diederik haakt hierop in: ,,Iemand die heel doelgericht is, zou in dit project allang tegen de muur zijn gelopen. De kracht van Joris is juist om dit verre doel los te laten en te werken aan wat nodig is.” Joris is daarnaast ook erg tevreden met de raakvlakken die deze opdracht heeft met zijn studie. ,,Hoe ga je met mensen om als je een nieuw systeem wilt implementeren? Hoe handel je met de financiën en technische aspecten? Allemaal onderdelen die rechtstreeks aansluiten op mijn studie ‘Management of Change’.”
Talent Development Programma
Joris volgt naast zijn werkzaamheden het ‘Talent Development Programma’ (TDP) van de Studelta Academy. ,,Ik heb hier een aantal handvatten gekregen op communicatief vlak. Zo kan ik me nu beter inleven in mensen die een andere ‘dynamiek’ dan ik hebben. Voorheen zag ik daar niet altijd de sterke punten van in.”
Wie: Hélène Tiggelhoven
Waar: Waterlandziekenhuis, Purmerend
Combinatie van ervaring en jong talent maakt project succesvol
Studelta-talent Hélène Tiggelhoven werkte in een periode van vijf maanden aan de logistieke processen van de OK’s in het Waterlandziekenhuis. Hier rondde ze zelfstandig een afgebakend project af, dat onderdeel was van een ziekenhuisbreed veranderingstraject. Magda Kuijpers, zorgmanager, begeleidde Hélène hierin.
,,Ik heb me bezig gehouden met het in kaart brengen van de huidige processen rondom de patiëntenlogistiek gepland snijdend specialismen waarbij de nadruk lag op de opname- en OK planning. Tevens heb ik de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden geanalyseerd. Het doel was om, door het inzichtelijk maken van de bestaande situatie, sturingsmogelijkheden te creëren voor verbetertrajecten.”
Van inventarisatie tot aanbeveling
,,Voor ik aan de slag ging, heb ik veel afgestemd met mijn opdrachtgeefster, Magda Kuijpers,” vertelt Hélène. ,,Zo zijn we ertoe gekomen dat de inventarisatie zou plaatsvinden aan de hand van interviews met betrokkenen en bestudering van secundaire literatuur zoals procesbeschrijvingen en richtsnoeren.” De inventarisatie leidde tot een drietal speerpunten: de logistieke patiëntenstroom, informatiestromen en de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. ,,Uiteindelijk kunnen we concluderen dat indien het Waterlandziekenhuis als procesketen wilt gaan werken, er wat aanpassingen nodig zijn. Hiertoe heb ik een aantal aanbevelingen gedaan.”
Zelfstandig werken
Hélène heeft ervaren dat ondanks de begeleiding van Magda, de invulling van haar opdracht geheel afhangt van eigen inbreng en initiatief. ,,De vrijheid en zelfstandigheid die ik hierin kreeg, heb ik als erg prettig ervaren.” Dit betekende wel dat Hélène zich op veel gebieden moest ontwikkelen. Ze vervolgt: ,,Ik heb mij bijvoorbeeld in korte tijd het ziekenhuis eigen moeten maken en stuitte af en toe op weerstand binnen het te onderzoeken gebied. Hoe ga je met die mensen om die weerstand bieden en hoe win je hun vertrouwen? En binnen mijn project; hoe stel je jezelf op als tijdelijke externe die toch fulltime aanwezig is en die binnen een stuurgroep met directieleden en zorgmanagers de rol heeft als volwaardig adviseur?”
Persoonlijk contact
,,Tijdens mijn periode in het Waterlandziekenhuis heb ik veel geleerd. Magda, een vrouw met de nodige ervaring, heeft me op veel gebieden wijzer gemaakt. Zoals in het leiden van een stuurgroep, de vele tegenstrijdige belangen op diverse niveaus in het ziekenhuis en het omgaan met gevoelige informatie.” Naast nuttige adviezen, was Hélène ook erg tevreden over het persoonlijke contact. ,,Ik kreeg echt het gevoel dat ik altijd kon aankloppen bij Magda, mits op gepaste wijze.” Ook het contact met andere collega’s is Hélène goed bevallen. ,,Dat had ik echt onderschat. Leuke collega’s en het communicatieve aspect hiervan vind ik enorm belangrijk in mijn werkomgeving.”
Talent Development Programma
Hélène volgt het Talent Development Programma van de Studelta Academy. Een programma gericht op de persoonlijke en professionele ontwikkeling van vijftien jonge talenten die dit traject van ruim een half jaar gezamenlijk volgen. ,,Het enthousiasme en de openheid die in de groep heerst, vind ik bijzonder en werkt erg inspirerend. Het levert eye-openers op, maar tegelijkertijd ook weer vragen. Zo merk je dat je in staat wordt gesteld om jezelf gerichter te ontwikkelen. Dat is een prettige ervaring.”

Wie: Jasper Ooms
Waar: Amphia Ziekenhuis, Breda
Jong talent werkt aan DBC-achterstand
‘De banen liggen binnen de zorg straks voor het oprapen’, voorspelde Jasper Ooms een paar jaar geleden aan zijn vrienden. De studie Gezondheidswetenschappen leek hem dan ook geen verkeerde keuze. Het liefst wilde Jasper zo snel mogelijk werkervaring opdoen in deze dynamische sector en via Studelta kreeg hij hiertoe de mogelijkheid. In korte tijd werkte hij aan ‘Cope Controle’, gaf trainingen over DBC’s en werkte aan het project ‘coderegistratie’.
,,Ik heb mij het laatste jaar van mijn bachelorstudie vooral geconcentreerd op mijn scriptie over DBC’s en de marktwerking. Na mijn afstuderen had ik het gevoel dat ik iets miste. Zeker als ik de verhalen van een studiegenoot hoorde, die stage bij een zorginstelling had gelopen.” Jasper besloot na zijn bachelordiploma eerst werkervaring in de zorg op te doen voor hij aan een master begon. ,,Je kunt wel ergens met twee diploma’s aankomen, maar uiteindelijk is toch jouw werkervaring het meest belangrijk. Bovendien wil ik oprecht weten hoe het allemaal werkt binnen de zorg. Dan kun je het beste de praktijk in, want niet alles staat in de studieboeken.”
Jasper liet het er niet bij zitten en schreef zich in bij Studelta. In september 2008 kon hij aan de slag als DBC-consulent bij het Amphia Ziekenhuis in Breda. Hij stortte zich daar op de ‘Cope Controle’. ,,Het Amphia Ziekenhuis kampte met een enorme stapel aan afgekeurde DBC’s door verzekeringsmaatschappijen. Ik moest uitzoeken wat hiervan de oorzaak was.” Gedreven kroop Jasper achter de computer en ging punctueel na waar de fout zat. ,,Soms lag de fout bij het ziekenhuis, soms bij de verzekeraar. Ik heb gemerkt dat artsen vaak niet precies weten hoe zij moeten registreren. Ze vergeten bijvoorbeeld om de DBC af te sluiten. Een DBC moet afgesloten worden zodra een patiënt uitbehandeld is. Gebeurt dit niet, dan is de patiënt volgens de administratie nog steeds in behandeling.”
Jasper genoot van zijn werk. ,,Het is mooi om te zien hoe het er hier aan toe gaat. Eerder lees je alleen over DBC’s in artikelen, nu maak je het in het echt mee. Dat vond ik erg interessant.” Naar Jaspers idee hebben ziekenhuizen de DBC-registratie onderschat. Artsen worden nu wel steeds beter ingelicht over hoe zij moeten registreren. ,,Per maand wordt gekeken welke arts wat fout doet. Met die arts gaat een specialist een halfuurtje zitten en dan is het probleem opgelost. Artsen zijn natuurlijk slim genoeg om het systeem te begrijpen.” Een goede voorlichting over de DBC-registratie voor artsen zal ziekenhuizen volgens Jasper een hoop afgekeurde DBC’s besparen.
In de paar maanden dat Jasper bij het Amphia Ziekenhuis werkte, leerde hij ontzettend veel. ,,De ontwikkelingen binnen de zorg gaan ontzettend hard. Dat is bijzonder om mee te maken.” Inmiddels geeft hij ook trainingen aan toekomstige DBC-consulenten. ,,Ik vind het erg leuk om kennis over te dragen. Met presenteren heb ik geen moeite, dat heb ik vanuit mijn studie zo vaak moeten doen.”
Na drie maanden ‘Cope Controle’ begonnen de cijfers op het computerscherm Jasper te duizelen. Duidelijk toe aan een nieuwe uitdaging mocht Jasper beginnen aan een nieuw project. ,,Ik bracht in kaart hoe men op elke productieplek verrichtingen registreert. Elke verrichting heeft een specifieke code. Naast de code van het ziekenhuis, bestaat er nog een landelijke code. Ik moest uitzoeken welke ‘ziekenhuiscodes’ men per afdeling gebruikt en wat de landelijke code voor de geregistreerde verrichting was.”
Jasper vindt het project zeer interessant. ,,Ik maak afspraken met de verschillende afdelingen en ga dan bij ze langs.” Niet alle afdelingen werken hetzelfde. ,,Op bijvoorbeeld de afdeling orthopedie zet het personeel de verrichtingen in een dossier en niet op het hiervoor bedoelde formulier.” Daaraan ziet Jasper dat er binnen de zorg nog een grote uitdaging voor hem ligt, ,,Ziekenhuizen moeten efficiënter werken. Het is makkelijker als alles op dezelfde manier gebeurt. Bovendien moeten ziekenhuizen commerciëler worden. Geld komt niet meer vanzelfsprekend binnen. Patiënten kiezen zelf, op basis van positieve recensies of op aanraden van hun zorgverzekeraar, waar zij heengaan.”
Jasper ziet zijn carrière in de zorg met vertrouwen tegemoet. ,,Ik heb hier nuttige ervaring opgedaan en straks zal ik met mijn master Zorgmanagement alles leren over efficiënt en doelgericht werken. Hiermee kan ik veel voor de zorg betekenen.”

Wie: Jan Kees van den Akker
Waar: Rijnland Ziekenhuis, Leiderdorp
‘Organisatie bekijk ik nu van onder in plaats van boven’
Het Rijnland ziekenhuis in Leiderdorp kon de bedrijfseconomische student Jan Kees goed gebruiken en in augustus ging hij daar aan de slag. Zijn grootste uitdaging tot nu toe? ,,Mijn begeleider vond een andere baan, waarna ik een deel van zijn werkzaamheden moest overnemen.” Het invullen van de maandrapportages wordt nu volledig verzorgd door het Studelta-talent.
Naast het invullen van de maandrapportages, houdt de junior adviseur bedrijfeconomische zaken zich onder andere bezig met de financiële exploitatie, het rapporteren van bedbezettingen, het ziekteverzuim en het bijhouden van de wachtlijsten. Een zeer gevarieerde functie. ,,Mijn afdeling komt personeel tekort, dus daar waar ik kan, spring ik bij.”
Zo ook op de afdeling marketing. Het personeel wil de busmaatschappij ervan overtuigen dat de bussen tussen Rijnland en Alphen aan den Rijn vaker moeten rijden. Jan Kees voorziet de marketingafdeling van cijfers van mensen die vanuit het Rijnland ziekenhuis en Alphen aan den Rijn gebruik maken van de busdienst.
Jan Kees hielp ook mee aan begroting van het ziekenhuis voor 2009. ,,De bestanden voor deze begroting waren zo groot dat het systeem het niet aan kon. Binnen anderhalve week waren er nieuwe computers om verder te kunnen gaan. Ik was vooral betrokken bij het opbouwen van de bestanden en de berekening van de salarisbegroting. Op dit moment werken er ongeveer 1700 mensen bij Rijnland, wat doen zij volgend jaar? Vervallen er bepaalde functies?”
Het opstellen van de maandrapportage omvat het grootste deel van de taken van de junior adviseur. ,,Ik moet uit verschillende bestanden gegevens halen en deze in Excel invoeren. Bepaalde delen worden handmatig ingevoerd en dit maakt het foutgevoelig, daarom wordt er nu een nieuw bestuur opgezet. De interim, die mijn vorige begeleider vervangt, werkt hieraan. We hebben hier regelmatig overleg over. Ik ben vooral bezig met de invulling van de maandrapportages.” Nadat zijn begeleider vertrok, moest Jan Kees zelfstandiger werken. ,,Dit maakt het werk voor mij uitdagender. Ik moet er helemaal induiken. Uitzoeken hoe ik de gegevens vind en het eindresultaat zelf neerzetten.”
Jan Kees houdt zich ook nog bezig met de financiële controle. ,,Ik kijk welke kosten er gemaakt zijn en wat er aan geld binnen had moeten komen. Mocht er iets niet kloppen, dan ga ik na wat de oorzaak is. Soms wordt bijvoorbeeld een pacemaker verkeerd geboekt. Aangezien dit apparaat € 5000,- kost, loopt dit snel op. Zo’n fout geef ik door aan de financiële administratie. Zij corrigeren dit weer.”
Jan Kees is blij met de praktijkervaring die hij opdoet. ,,Vanuit je studie kijk je van bovenaf naar een bedrijf. Hier bekijk ik het juist van onder. Ik lees de rapporten niet alleen, ik schrijf ze zelf.”
Wie: Laura Bongaarts
Waar: Academisch Ziekenhuis Maastricht
Snel door naar verantwoordelijke functie
Het is een feestelijke dag voor Laura Bongaarts op 1 oktober, de eerste dag dat ze officieel voor het azM werkt. Helemaal op haar gemak loopt ze door de lange ziekenhuishallen van het azM, waar ze in april nog als groentje binnenkwam. Ze startte via Studelta als DBC-consulent, nu een half jaar later heeft ze een enorme sprong gemaakt. ,,Ik maakte eerst gewoon deel uit van het DBC-team, nu heb ik meer verantwoordelijkheden en werk ik nauw samen de teamcoördinator.”
Studie
Laura wilde van jongs af aan de zorg in. Ze studeerde gezondheidswetenschappen. ,,In de dagelijkse praktijk, heb ik profijt van wat ik tijdens mijn studie heb geleerd. Zo leerde ik hoe ik moest samenwerken met medisch personeel.”
Goede begeleiding
De functie als DBC-consulent sprak haar gelijk aan. Ze wilde graag meer leren over een ziekenhuis als organisatie. Bovendien begon ze onder goede begeleiding bij het azM. ,,Ik kreeg een handboek over DBC’s en mijn collega’s werkten mij goed in. Zo oefenden we veel met het oplossen van DBC’s.”
Promotie
Al na twee maanden werd Laura, die opviel door haar gedrevenheid en proactieve houding, overgeplaatst naar een ander team. De assistent van de teamcoördinator uit dat team zou op korte termijn weggaan en Laura liep daarom zijn resterende tijd actief met hem mee. ,,Nu werk ik nauw samen met de teamcoördinator en ik zoek veel voor hem uit.”
Zelfstandig adviseren
Al snel was Laura er klaar voor om artsen te bezoeken. ,,Al snel wilde ik zelf uitzoeken wat er precies misging bij de registratie, zelf actief meedoen aan het oplossen. Zo was er een probleem met de thuisbeademing van patiënten. De kosten hiervan werden niet goed vastgelegd en konden daarom niet gedeclareerd worden. Ik ben toen naar de verantwoordelijke arts gegaan om te vragen hoe dat kon, om uiteindelijk gezamenlijk een oplossing uit te werken.Van mijn teamcoördinator kreeg ik daarop positieve feedback.”
Drive voor het werk
Laura ontdekt dat ze echt hart voor de zaak heeft. ,,Ik had niet verwacht dat ik zo’n ‘drive’ voor het werk zou krijgen. Maar ik werd steeds enthousiaster en wilde dat alle DBC’s goed opgelost werden. Ik heb me langzaamaan ontwikkeld tot een specialist. Mede omdat het azM een organisatie is waar je snel door hebt welke mensen waar verantwoordelijk voor zijn, lukt het goed om aan een oplossing te werken.
Wie: Sanne Houtappels
Waar:TerGooiZiekenhuizen, Blaricum
Blij met inhoudelijke baan
,,Achter de receptie zou ik mij doodvervelen”
Pre-Trainee Sanne Houtappels, studente Interculturele Communicatie en Bestuurs- en Organisatiewetenschap, werkte op de administratie-afdeling bij een training en advies bureau. Naar verloop van tijd begon het bij haar te kriebelen. ,,Ik wilde diepgang en zo kwam ik bij Studelta terecht.” Nu werkt ze bij TerGooiZiekenhuizen aan een project voor de afdeling Financiën en Control.
Bronregistratie
,,Het project gaat over de bronregistratie. Er is de afgelopen jaren veel veranderd bij TerGooiZiekenhuizen vanwege een fusie tussen twee locaties en grote veranderingen in de financiering van de gezondheidszorg in Nederland. Het is daarom belangrijk dat artsen en ander ziekenhuispersoneel heel precies noteren welke activiteiten ze verrichten. Iedereen moet bijvoorbeeld op dezelfde manier het gipsen van een been registreren.”
Businessplan schrijven
Verzekeraars zijn tegenwoordig streng met het betalen van een factuur. ,,Daarom is er nu een afdeling in Blaricum die zich bezighoudt met het controleren van de registratie. Ik ga met mijn project de registratie vanuit het primaire proces beter stroomlijnen.” Sanne maakt de volledige start mee van het project en schrijft nu het businessplan. ,,Het gaat allemaal soepel. Iedereen in het ziekenhuis is enthousiast over het project”
Actief meedenken met organisatie
Twee dagen per week gaat ze naar het ziekenhuis. ,,Ik ben blij met deze baan. Als ik ergens achter de receptie zou staan, zou ik mij doodvervelen. Ik vind het interessant om ergens inhoudelijk mee bezig te zijn. Ik voel me hier betrokken bij de organisatie: ik mag actief meedenken. Deze functie is pittiger dan mijn vorige: in positieve zin.
Wie: Robin Zoutenbier
Waar: Maasstad ziekenhuis, Rotterdam
Talent enthousiast over diepgaande projecten bij Maasstad ziekenhuis
Robin Zoutenbier is sinds september bedrijfseconomisch adviseur bij het Maasstad ziekenhuis. Tweeënhalve dag per week zet het Studelta-talent zich in voor het ziekenhuis, daarnaast studeert hij algemene economie en volgt hij het Talent Development Programma van Studelta.
,,Geen dag is hetzelfde bij het Maasstad ziekenhuis. Ik werk aan verschillende projecten en geef hierbij financieel advies. Een voorbeeld van zo’n project? Ik ben net klaar met het opzetten van het financieel plan voor de ‘Maasstad academie’. Het ziekenhuis wil actief bezig met onderzoek en opleiding, daarom is er een centrum opgericht die dat gaat faciliteren.
Robin werkte met zijn team aan een financieel plan, waarin zij een opzet gaven van de financiële procesgang. Daarin staat bijvoorbeeld wat er betaald moet worden, wie daar verantwoordelijk voor is en wat er in het contract moet staan Dat zijn praktische dingen als: waar moet de factuur aan voldoen zodat het verwerkt kan worden. De samenwerking met de andere bedrijfseconomische adviseurs gaat goed. ,,Zij behandelen mij niet als een trainee maar als een volwaardige medewerker.
,,De financieel adviseurs moeten er ook over nadenken wat er met het geld gebeurt dat eventueel over blijft.” Geld dat over blijft? Meestal is er toch juist geld te kort? Lachend: ,,Het komt voor dat er geld over blijft. Het punt is dat vaak onduidelijk is waar dat geld heen gaat. Om dit helder te krijgen, is de bestemming voor het geld nu al bedacht. Bijvoorbeeld naar artsen of farmaceuten.”
Grote uitdaging
Robin ziet zijn werk bij het ziekenhuis als een grote uitdaging. ,,Het financieringssysteem van het ziekenhuis is erg complex. Het duurt even voordat je weet waar al het geld vandaan komt. Zo krijgt het ziekenhuis bijvoorbeeld geld van de overheid en van verschillende zorgverzekeraars. De student economie leest veel om het financieringssysteem goed te begrijpen. ,,Ik moet veel uitzoeken, dat maakt mijn werk erg interessant.
Ingewikkeld is ook dat het ziekenhuis nu twee beloningssystemen heeft. ,,Het is niet makkelijk om dit in één keer terug te brengen naar één systeem. Niet alle handelingen die een arts doet, vallen namelijk onder het nieuwe beloningssysteem. Het is de bedoeling dat het beloningssysteem uiteindelijk wordt teruggebracht naar één systeem.
Afwisseling
Werken bij het Maasstad ziekenhuis is afwisselend. ,,Het is een dynamische omgeving. Ik vind het een uitdaging om de juiste weg voor het ziekenhuis te vinden. Zo heb ik de taak om de directie te adviseren. Hoe kunnen zij het beste inspelen op alle veranderingen die er zich binnen het ziekenhuis afspelen?
Een nieuwe aanpak binnen het ziekenhuis is dat de directie eerder inzicht krijgt in de financiële situatie. Zo vielen een jaar eerder de personeelskosten veel hoger uit dan verwacht. Dit werd te laat duidelijk. Daarom krijgen de managers nu maandelijks een overzicht zodat ze op tijd kunnen ingrijpen.
Robin houdt zich niet alleen bezig met projecten. ,,Ik moet ook rapporten maken en bijvoorbeeld een toelichting geven op het jaarverslag en hier een klein deel van schrijven. Ik had niet verwacht dat ik mij ook zou bezig houden met diepgaande projecten. Voor mij zijn de projecten als de kers op de taart.
Robin denkt er serieus over om te blijven werken bij het Maasstad ziekenhuis. ,,De complexiteit van de zorg maakt het een interessante werkplek. Het Maasstad ziekenhuis heeft ook de ambitie om te werken als een echt bedrijf. Ze kijkt bijvoorbeeld vooruit. Het ziekenhuis heeft zelfs een marketingafdeling.
Ambitie
,,Ook het ambitieniveau binnen het ziekenhuis spreekt mij aan. Er werken hier erg ambitieuze mensen. Iedereen wil dat het Maasstad ziekenhuis vooroploopt. Zo blijft iedereen zich hier ontwikkelen door naast het werk een opleiding te volgen. Ook kijkt het personeel hoe het ziekenhuis het best met de vernieuwde financiële structuren kan omgaan. Zelf ben ik ook ambitieus, dus dat past bij mij.
Naast zijn werkzaamheden bij het ziekenhuis volgt Robin het Talent Development Programma (TDP). ,,Met dit programma werk ik aan mijn zelfinzicht en ontwikkeling. Na elke training die ik krijg, weet ik meer over mijzelf en hoe anderen mij zien. Ik ben bijvoorbeeld niet iemand die van nature op de voorgrond treedt. Mede-TDP’ers vertellen mij hoe dat overkomt. Met hun feedback ben ik nu actief bezig door mijzelf meer op de voorgrond te plaatsen zonder een toneelstuk op te voeren. Ik moet wel mijzelf blijven. Het is ontzettend nuttig om te weten wat je wel en niet kan.”
Ook is Robin erg enthousiast over zijn TDP-groep. ,,Iedereen doet actief mee en is heel open en eerlijk. Dit maakt het makkelijk om aan je persoonlijke ontwikkeling te werken. Ik kan met de groep zelfs beter over bepaalde dingen praten dan met mijn eigen vrienden.






